Blijven innoveren en verbeteren

Het gemiddelde behandeleffect bij U-center was in 2016 net als in eerdere jaren significant beter dan dat van andere GGZ-instellingen, zo leest u in deze nieuwsbrief. Dat is natuurlijk positief, maar we willen altijd verder verbeteren. Daarbij maken we waar mogelijk gebruik van expertise van buiten de kliniek. Zo heeft onze Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad twee nieuwe leden mogen verwelkomen met veel kennis van werkgerelateerde problematiek en depressie, twee terreinen die steeds meer aandacht krijgen binnen U-center; we verwelkomen prof.dr. Fred Zijlstra en prof.dr. Frenk Peeters. Samen met hen kijken we of de laatste inzichten en innovaties in de GGZ interessant zijn voor implementatie in onze kliniek.

Zowel als het gaat om behandelinnovaties als om het doorvoeren van verbeteringen op organisatorisch gebied zitten we niet stil. U-center heeft sinds afgelopen maand een aansluiting gerealiseerd tussen het innovatieve EPD-systeem Medicore (MC EPD) en het ‘slimme’ platform ZorgDomein. Met ZorgDomein is het voor de huisarts eenvoudiger om te verwijzen naar onze instelling. We maakten al enige tijd gebruik van het platform, maar door de aansluiting tussen beide systemen profiteren we nu ook binnen onze organisatie van een efficiënter proces. Nadat de huisarts een verwijzing heeft gedaan worden de digitale verwijsbrief en rapportages van de huisarts meteen ontvangen en opgeslagen op de juiste plek in het dossier van de patiënt. Op deze manier zijn we nog beter georganiseerd en kunnen we nog sneller onze patiënten van dienst zijn bij opname. 

Ingrid Weijnen, Directeur Behandelzaken U-center

 


“Betrek werkgever bij behandelingen: iedereen profiteert”

 

U-center scoort al jaren erg hoog als het gaat om het aantal cliënten dat snel weer aan het werk kan na een behandeling in de kliniek. De meest recente cijfers zijn ook positief te noemen. Hoe is dit te verklaren? Hoe gaat U-center te werk? “De betrokkenheid van de werkgever of leidinggevende ondersteunt de reïntegratie”, zegt algemeen directeur Albert Hietink.

Zo’n 78 procent van de cliënten in U-center is uitgevallen op de werkvloer. 42 procent van deze cliënten was aan het eind van de behandeling weer (deels) aan het werk, zo blijkt uit de laatste cijfers van U-center. Na vier maanden pakte 59 procent de draad weer op, en na acht maanden zelfs zeventig procent.
U-center kent veel cliënten die langdurig zijn uitgevallen en wekelijks bij de psycholoog liepen of op een andere manier hulp inschakelden, zonder al te veel progressie. Na een periode in U-center gaan dezelfde mensen vaak weer aan het werk – al dan niet eerst parttime. “Onze cliënten pakken relatief snel hun werk weer op”, zegt Hietink. “Dat komt logischerwijs allereerst door onze interdisciplinaire aanpak en de wijze waarop wij met onze cliënten omgaan. Maar ook door het feit dat wij niet alleen familie of vrienden, maar ook de werkgever of leidinggevende betrekken bij de behandelingen.”

Maatregelen treffen
Waarom is de betrokkenheid van een leidinggevende of bedrijfsarts zo belangrijk voor de snelle terugkeer naar de werkplek? “We laten hem of haar zien waar de werknemer doorheen moet. Dat zorgt voor begrip.” Maar dat is niet alles. Vaak ontstaat een situatie van isolement wanneer een werknemer uit de running is. Die wordt doorbroken door de patiënt en zijn leidinggevende samen aan tafel te zetten. Hierdoor wordt het makkelijker weer te integreren.”

Tijdens een sessie bij U-center waarbij de werkgever aanwezig is, komen problemen op het werk boven water. “De werkgever geeft belangrijke input, maar hoort ook wat er mis gaat. Daardoor ontstaat er veel meer begrip.” Maar dat is nog niet alles, benadrukt Hietink. “De werkgever kan waar mogelijk ook maatregelen treffen. Wanneer je je als patiënt positief ontwikkelt en er weer klaar voor bent om aan het werk te gaan, maar in de oude werkomgeving is niets veranderd, dan is de kans dat het weer mis gaat heel veel groter.”

Waardevolle inzichten
Overigens betekent het betrekken van de werkgever niet altijd dat een patiënt weer terug kan naar zijn oude werkomgeving. “Het uitgangspunt van de gesprekken is dat we een oplossing zoeken. Maar soms blijkt er onderliggende problematiek te spelen die niet aan te pakken is. De relatie kan dermate vertroebeld zijn, dat het niet meer goed komt. Dat kan confronterend zijn, maar het is sowieso waardevol om bepaalde inzichten te krijgen.”

Iedereen profiteert
‘Normale’ GGZ-instellingen houden zich niet bezig met de werkgever en werkhervatting van cliënten, weet Hietink. “Wij willen onze cliënten zo goed en volledig mogelijk bijstaan. De betrokkenheid van de werkgever of leidinggevende ondersteunt de re-integratie en onderscheidt ons van andere instellingen.” Overigens profiteren niet alleen de cliënten daarvan, maar ook hun werkgevers en daarmee de BV Nederland. “Doordat onze cliënten gemiddeld genomen snel weer aan het werk gaan en weer terugkeren naar de maatschappij, beperken we de schadelast sterk. Iedereen profiteert dus.”

 


Albert Hietink, Algemeen Directeur U-center


Behandeleffect U-center significant hoger dan landelijk gemiddelde

Effect op meerdere manieren gemeten

 

Het gemiddelde behandeleffect bij U-center was in 2016 net als in eerdere jaren significant beter dan dat van andere GGZ-instellingen. Terwijl het landelijk gemiddelde, uitgedrukt in een Delta T-score, 7.2 is, scoort U-center een score van 11.0. Dit blijkt uit de meest recente cijfers van SBG, de Stichting Benchmark GGZ. Ingrid Weijnen, directeur behandelzaken bij U-center is blij met de resultaten. Niettemin realiseert zij zich dat de data niet zaligmakend zijn. Daarom heeft U-center ook een andere meetmethode omarmd.

Genoemde resultaten volgen uit een internationaal gebruikte gestandaardiseerde en gevalideerde klachtenvragenlijst, maar het gaat bij dit soort metingen altijd om een momentopname. Het is heel complex om effecten te meten in de geestelijke gezondheidszorg. Zorgorganisaties leveren bij SBG geanonimiseerd vragenlijsten aan die door cliënten zijn ingevuld. In de benchmark worden allerlei instellingen en dienstverleners op één hoop gegooid. “Hoe kan je de ene cliënt met een depressie vergelijken met een andere cliënt met een angststoornis, waarbij de eerste ook nog verslaafd is aan alcohol en de tweede tevens lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis, de een ambulant behandeld wordt, de ander in een kliniek?” Om nog maar niet te spreken over verschillen in leeftijd, opleidingsniveau, sociaaleconomische achtergrond, intelligentie, eventuele lichamelijk complicaties en etniciteit.”

Te weinig gemeten
Weijnen relativeert de onderzoeksresultaten van SBG dan ook. “Bij het invullen van een vragenlijst is altijd sprake van een momentopname; het is statisch. Dat kan een vertekend beeld geven.” De resultaten van de aangeleverde lijst zeggen specifiek voor U-center wat minder omdat geen van de vragen over verslaving gaat, terwijl een deel van de patiënten bij U-center met verslaving te kampen heeft. Daarvoor wordt wel een aparte lijst ingevuld, maar deze zit nog niet in de benchmark-resultaten. “Bovendien: de populatie behandeld door U-center kenmerkt zich door complexe comorbide problematiek (het tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen, red.) op alle terreinen, waarbij eerdere behandelingen tot onvoldoende resultaat hebben geleid. Dan heb je sowieso al te maken met een andere situatie dan gemiddeld.” Weijnen is desondanks zeer te spreken over het feit dát er resultaten zijn. “In onze ogen wordt er te weinig gemeten in onze sector. We zijn misschien gezond kritisch op het systeem, maar we zijn wel degelijk blij dat er gemeten wordt.”

Experience Sampling Method (ESM)
Toch neemt U-center ook het heft in eigen hand. Zij heeft recent een tweede meetmethode geïmplementeerd om te achterhalen in hoeverre de behandelingen in de kliniek succesvol zijn. Deze methode heet de Experience Sampling Method (ESM), een diagnostisch systeem waarbij gedurende het verblijf en de behandelingen wordt gevraagd aan de patiënten hun stemming meerdere malen op een dag te registreren, gekoppeld aan activiteiten die zij ondernemen. Dit gebeurt online via een nieuw ontwikkeld cliëntenportal, Mijn U-center.
Weijnen: “We vragen onze patiënten acht tot tien keer per dag: ‘hoe gaat het met je?’ En ‘hoe is dat gerelateerd aan wat je doet en denkt?’.” Dat lijkt misschien veel, maar door voortdurend de stemming te meten, gaan zowel behandelaren als patiënten verbanden zien tussen handelingen en gemoedstoestand. “Zo zien zij dat sporten leidt tot positievere scores dan bankhangen. Dat inzicht kan cruciaal zijn in verder herstel en verandering van leefstijl, ook na de behandelperiode. We zoeken nog uit hoe we deze data aan onze Routine Outcome Monitoring gaan koppelen.”

 


De U-center lounge


Prof. dr. Fred Zijlstra en prof. dr. Frenk Peeters nieuwe leden WAR

 

De Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad (WAR) van U-center verwelkomt Fred Zijlstra en Frenk Peeters en neemt afscheid van prof. dr. Jim van Os en prof. dr. Rudolf Ponds. U-center dankt haar gewaardeerde voormalig leden voor hun inspirerende bijdrage aan de ontwikkeling van het programma. Verheugd zijn wij ook met hun fantastische opvolgers, die qua expertise goed aansluiten bij de toegenomen werkgerelateerde en depressieproblematiek waar de kliniek mee te maken heeft.

Bij U-center is het aantal cliënten met problemen die te relateren zijn aan werk (stress, burn-out) de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid. Dat was onder meer reden om Fred Zijlstra te vragen zitting te nemen in de WAR. Zijlstra is hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Maastricht University en Wetenschappelijk directeur van het Expertisecentrum voor Inclusieve Arbeidsorganisaties. Juist omdat U-center, vaak samen met de werkgever, haar cliënten zo snel mogelijk weer aan het werk wil helpen, is zijn expertise een welkome aanvulling op de raad. “Ik heb onderzoek gedaan op het gebied van arbeidsreïntegratie van mensen die door stress of een burn-out hun baan zijn kwijtgeraakt”, vertelt Zijlstra. “Wat zijn factoren die re-integratie bevorderen of juist belemmeren? Welke interventies zijn nodig?”

Specialisme stemmingsstoornissen
Frenk Peeters is sinds 2014 bijzonder hoogleraar Behandeling van Stemmingsstoornissen aan de Maastricht University. Als psychiater en psychotherapeut vormen stemmingsstoornissen al jaren zijn voornaamste aandachtsgebied. Voorbeelden zijn depressies, maar ook manisch-depressieve (bipolaire) stoornissen. Hij houdt zich bezig met onderzoek op het gebied van patiëntenzorg en is verbonden aan de polikliniek van het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) en aan Virenze-Riagg, waar hij onderzoek en praktijk combineert.
Peeters: “U-center is een mooi initiatief en een alternatief voor reguliere plaatsen in de GGZ. Wat ooit gestart is als kliniek waar verslavingsproblematiek werd behandeld, is de cliëntenpopulatie inmiddels sterk verbreed. Het intensieve programma en de diverse verschillende invalshoeken die U-center inzet, vormen voor veel cliënten een prima oplossing voor hun problemen.”

Toetsen aan de praktijk
Zijlstra verwacht dat zijn kennis en inzichten waardevol kunnen zijn voor U-center. Tegelijkertijd verwacht hij zelf ook te profiteren van de ervaringen in U-center. “Het is belangrijk dat het werk en het onderzoek dat ik doe maatschappelijke relevantie heeft. Daar kom je achter door het te toetsen aan de praktijk”, zegt hij. “Het is een wisselwerking: mogelijk doe ik ook ideeën op voor onderzoek.”
Peeters kijkt uit naar zijn zitting in de adviesraad. “Vaak is er een kloof tussen de praktijk en de wetenschap. Het is een uitdaging om nieuwe ontwikkelingen op de werkvloer geïmplementeerd te krijgen, mede omdat behandelaren door de dagelijkse drukte niet de tijd hebben om alle nieuwe ontwikkelingen te volgen. De raad maakt deze kloof kleiner”, aldus Peeters. “We zitten met een aantal deskundigen aan tafel die met belangstelling de behandelingen volgen. We zijn allemaal alert op nieuwe ontwikkelingen en innovaties. Ik vind het interessant om te zien of en hoe we samen kunnen innoveren. Goede innovaties moeten en kunnen we snel implementeren.”

Fred Zijlstra

Bel
Voor telefonisch contact kunt u bellen met:

0800-222 444 6

Op werkdagen:  09-20.00
Op feestdagen: 10-18.00
 
Mail
Agenda

Weten of het klikt?

Ontmoet onze medewerkers en krijg zekerheid. Bezoek een van de voorlichtingsavonden of een open dag. Kies zelf het moment.

Inschrijven Open Dagen voor professionals

Voorlichtingsbijeenkomsten
voor cliënten
sluiten