#

Adviesraad

Taak en samenstelling van de Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad

De primaire taken van de Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad van U-center vormen het borgen van en het toezicht houden op de kwaliteit van het behandelprogramma. Daarnaast is deze Adviesraad een klankbord voor de Directeur Behandeling en voorziet zij U-center van de nieuwste inzichten in binnen- en buitenland en ook adviseert zij over het al dan niet inzetten daarvan.


De Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad bestaat uit zeven zeer prominente wetenschappers en wordt voorgezeten door dr. Max Beekers. De leden per 1 januari 2010 zijn Prof dr. Herman van Praag, Prof. Dr. Geert Dom, Prof. dr. Harald Merckelbach, Prof. dr. Anita Jansen, Prof. Jim van Os en associate Prof. Rudolf Ponds.


Onderstaand treft u aan een verkort C.V. van betrokkenen alsmede van enkelen hun visie op de rol van U-center in onze samenleving

Dr. Max Beekers (Voorzitter)

Max BeekersBeekers (1947) studeerde Psychologie in Nijmegen. Na enkele jaren verbonden te zijn geweest aan de Vakgroep Organisatiepsychologie van de TU Eindhoven stapte hij in 1974 over naar de Universiteit Maastricht. Hij volgde de opleiding tot psychotherapeut, profileerde zich als gedragstherapeut, introduceerde de Goldsteintherapie in Nederland, en promoveerde in 1982 op het proefschrift "Vaardigheidstherapieën voor kansarmen". Hij richtte aan de UM de onderzoeksgroep "Experimentele Psychopathologie" op en nam het initiatief tot de start van de studierichting "Geestelijke Gezondheidkunde".

Na enkele jaren leiding te hebben gegeven aan de Afdeling Psychotherapie van de RIAGG Maastricht werd hij in 1986 tot medio 2008 directeur/bestuurder van RiaggZuid. Sinds medio 2008 is hij zelfstandig gevestigd als consultant en coach.

Lees hier een interview met Max Beekers

 

Prof. Dr. H.M. van Praag

 

Van Praag is als emeritus-hoogleraar Psychiatrie verbonden aan de vakgroep Psychiatrie van het Academisch Ziekenhuis Maastricht.
Hij studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit van Leiden en specialiseerde zich in zenuw- en zielsziekten in Rotterdam. In 1962 promoveerde hij in Utrecht op een proefschrift ‘Een kritisch onderzoek naar de betekenis van monoamineaoxydase remming als therapeutisch principe bij de behandeling van depressies'. Promotoren waren H.C. Rümke en U.G. Bijlsma.

Van 1966 tot 1976 was hij hoofd van de afdeling Biologische Psychiatrie in Groningen, die hij had opgericht en vanaf 1968 hoogleraar Biologische Psychiatrie in Groningen. In 1966 richtte hij het Interdisciplinair Genootschap voor Biologische Psychiatrie. Op 1977 tot 1982 was hij hoogleraar en hoofd van de afdeling Psychiatrie in Utrecht. Van 1982 tot 1992 vervulde hij deze functies in New York aan het Albert Einstein College of Medicine / Montefiore Medical Centre, twee centra die onder zijn leiding werden gefuseerd. Vanaf 1993 tot aan zijn emeritaat in juni 1997 bekleedde hij deze functie aan de Universiteit Maastricht / Academisch Ziekenhuis Maastricht. Sindsdien is hij wetenschappelijk adviseur aan laatstgenoemde Afdeling verbonden. Hij publiceerde vele artikelen op het gebied van Biologische Psychiatrie en Psychopathologie in nationale en vooral internationale tijdschriften. Hij verwierf voor zijn werk vele internationale en nationale onderscheidingen, is lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Daarnaast is hij medeoprichter en thans vice-voorzitter van de Stichting Psychiatrie en Religie en voorzitter van de Section Religion, Spirituality and Psychiatry van de World Psychiatric Association (WPA).

Over U-center zegt hij:

"Het op 12 april opgerichte U-center belooft een waardevolle aanvulling te worden op de psychiatrische zorg in Nederland.Het zal kortdurende, gerichte, intensieve behandeling verschaffen aan mensen met o.m. depressieve klachten, angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en verslavingsproblematiek. Uitdrukkelijk zal de behandeling multidimensioneel zijn en gebruik maken van zowel biologische, psychologische als psycho/educatieve methoden en technieken. Aan een dergelijke aanpak heeft de psychiatrische patiënt  behoefte, maar ook de maatschappij waarin deze leeft. De economische schade die door langdurig ziekteverzuim oplevert is immers enorm.Bovendien zal het centrum gelegenheid bieden en zelf betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek. Dit tezamen met de Universiteit Maastricht.Het ligt tenslotte in de bedoeling van U-center voorwaarden te scheppen om ook minder draagkrachtige patiënten in de zorg te betrekken.

Ik wens U-center veel succes toe en spreek de hoop uit dat alle bedoelingen waar zullen worden gemaakt."

 

Prof. Dr. Harald Merckelbach

Harald MerckelbachHarald Merckelbach is als hoogleraar rechtspsychologie verbonden aan de Faculteit Psychologie van de Universiteit Maastricht. Zijn speciale interesse gelden geheugenstoornissen. Daarover schreef hij verschillende boeken waaronder Hoe een CIA agent Zijn Geheugen Hervond en Andere Waargebeurde Verhalen (2007; Olympus).

Over U-center zegt hij:

"Wat we ons nog te weinig realiseren is dat depressies, angsten, verslavingen en andere aandoeningen een economische kostenpost vormen. Dan bedoel ik: een kostenpost ook en vooral voor de persoon die lijdt aan zulke aandoeningen. Zo iemand zal minder snel carrière maken, hogere ziektekostenrekeningen hebben, vaker in een echtscheiding terecht komen met alle financiële consequenties van dien. Recent Amerikaans onderzoek van Kessler laat zien dat op jaarbasis dit soort kosten in de duizenden dollars loopt. Tegen die achtergrond is het een uistekend idee om cliënten binnen een afgemeten periode een gerichte en zeer intensieve behandeling te geven. Dat geldt eens te meer als de behandeling evidence-based is, iets dat U-center nastreeft. Om nog meer recent onderzoek aan te halen: Duitse studies van Schramm en collega's maken duidelijk dat de combinatie van intensieve psychotherapie en medicatie zeer gunstige effecten sorteert bij depressies. Zo'n combinatie is in U-center mogelijk. Vandaar dat ik enthousiast ben over U-center en haar behandelingsaanbod."

 

Professor dr. Anita Jansen

 

Anita Jansen is lid van de Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad van U-center. Zij is als gewoon hoogleraar Experimentele Klinische Psychologie en bijzonder hoogleraar Psychologie van Eetstoornissen verbonden aan de Faculteit Psychologie van de Universiteit Maastricht. Jansen publiceert veel over haar onderzoek naar eetstoornissen en verslavingen en gerelateerde problematiek. Zij schreef ook diverse boeken, zoals ‘Leven met een eetstoornis' (2007, Bohn Safleu van Loghum) en ‘Experimentele Psychopathologie; een inleiding'. Dit laatste boek publiceerde zij samen met haar collega's Merckelbach en van den Hout, en momenteel werken zij aan een vervolg. Jansen werkte tussen augustus 2007 en juli 2008 als visiting professor aan de University of Otago in Nieuw Zeeland en ze is co-executive editor (mede hoofdredacteur) van het wetenschappelijke tijdschrift Appetite.

Over U-center zegt zij:

"Een behandeling levert meer op naarmate zij meer prioriteit krijgt van de client. Wie naar U-center gaat, stelt die prioriteit. Ik ben verheugd dat de kliniek ook de behandeling van eetstoornissen tot een van haar speerpunten maakt, met name de eetstoornissen die gepaard gaan met overgewicht. Overgewicht en obesitas zijn overduidelijk gedragsproblemen en de lijdensdruk is hoog. Uit ons eigen onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat ongeveer de helft van de mensen met flink overgewicht in meer of mindere mate depressief is. Dat baart zorgen. Toch komen mensen met gewichtsproblemen niet vaak bij een psycholoog terecht, terwijl het juist de psychologen zijn die over gedrag hebben doorgeleerd, en niet de dietisten, biologen en dokters. Het zou goed zijn als de GGZ meer open staat voor mensen met gewichtsproblemen en U-center loopt wat dat betreft voorop. Dat vind ik een erg mooie ontwikkeling."

 

Prof. Dr. Geert Dom

Prof. dr. DomIn december 2009 is Prof. Dr. Geert Dom toegetreden tot de Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad van U-center. Deze Raad borgt de kwaliteit van het behandelprogramma van U-center, is een klankbord voor de Directeur Behandeling en voorziet ons van de nieuwste vakmatige inzichten in binnen- en buitenland. Professor Dom studeerde neuropsychiatrie aan de Universiteit van Antwerpen en is sinds 1991 verbonden aan het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout, België, alwaar hij leiding geeft aan de afdeling Verslavingsbehandeling. Daarnaast is hij consulent bij de afdeling Gastroenterologie en Hepathologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en doceert hij aan de Antwerpse Universiteit (UA) en de Radbout Universiteit in Nijmegen. Prof. Dom is Voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Geneesheren-Specialisten in de Psychiatrie en tevens vicevoorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie (VVP).

Prof. Dr. Dom over U-center:

"Openheid, transparantie en een streven naar evidence-based gestuurde behandelvormen. Dit zijn voor mij de kernbegrippen die de missie van U-center onderbouwen. Openheid en transparantie dragen fundamenteel bij tot de destigmatizering van verslavingsproblemen en de behandeling ervan. Het is van het grootste belang dat verslavingsproblemen, ook in de meest brede zin, maatschappelijk aanvaard worden als gewone medische aandoeningen, waarvoor men niet beschaamd moet zijn ze te signaleren en behandeling op te zoeken. De inzet op het gebruik van wetenschappelijke onderbouwde behandelmethodieken staat daarnaast garant voor een belangrijke kwaliteitsgarantie. Kwaliteit waar alle patiënten recht op hebben."

 

Prof. Dr. Jim van Os

Jim van Os is lid van de Wetenschappelijke en Klinische Adviesraad van U-center.
Hij is hoogleraar Psychiatrie bij het Maastricht Universitair Medisch Centrum en directeur van de eenheid Psychiatrie en Psychologie van het Academisch Ziekenhuis Maastricht. Hij werd door zijn collega's in het land in 2007, 2008, 2009 en 2010 uitgeroepen tot "beste psychiater" van Nederland. Jim van Os en zijn collega's ontwikkelen voortdurend nieuwe behandelingen voor mensen met psychische problemen, uitgaande van het adagium dat patiënten over hun eigen lot moeten kunnen beslissen en zoveel mogelijk bij de behandeling betrokken moeten worden.


Prof. Dr. van Os over U-center

"Familieleden van mij zijn effectief en respectvol behandeld in U-center - ik wil me daarom graag inzetten om U-center nog beter te maken".

 

Associate Prof. Dr. Rudolf  Ponds

Dr. Rudolf Ponds (1960) is als klinisch neuropsycholoog en universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Psychiatrie & Psychologie van het academisch ziekenhuis Maastricht. Binnen deze afdeling coördineert hij de zorglijn Hersen- en Cognitieve stoornissen. Daarnaast is hij werkzaam bij PsyQ Maastricht/Heerlen, waar hij als manager zorg leiding geeft aan de programma's ADHD en Autisme, Soma & Psyche en Psychodiagnostiek. Hij heeft ruime ervaring in zowel gezondheidszorg (neuropsychologie, medische psychologie, psychiatrie), onderwijs, onderzoek en management. Hij is in 1998 gepromoveerd op het onderwerp geheugenklachten bij ouderen. Voor zijn proefschrift ontving hij in 1999 de Catharina Pijls prijs. Hij is sinds 2009 voorzitter van de sectie Neuropsychologie van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Hij was jarenlang hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Neuropsychologie, waarvan hij tevens mede-oprichter was. Daarnaast is hij als (hoofd)redacteur betrokken bij diverse neuropsychologie handboeken (diagnostiek, behandeling).

Associate Prof. Dr. Rudolf Ponds over U-center

Het U-center is het voorbeeld van de toekomstige GGZ, ik ben daarvan overtuigd. Ik heb de nodige ervaring in de GGZ, met name ook binnen de psychiatrische ziekenhuizen. Iedereen doet daar erg zijn best, dat is het probleem niet. Maar als ik mijn collega's vraag of ze in hun eigen ziekenhuis opgenomen zouden willen worden of dat men familie zou laten opnemen, is het antwoord vrijwel altijd neen. En de redenen zijn altijd dezelfde: de onpersoonlijke en weinig "warme" omgeving, de vele lege uren waarin er geen behandeling is of geen activiteiten zijn, de grote hoeveelheid zorgverleners die niet altijd hetzelfde zeggen en doen, onduidelijkheid over het hoe en waarom van het behandelbeleid en de familie die te weinig betrokken wordt in de behandeling. Allemaal zaken die het U-center nadrukkelijk niet wil. En dat is, naast goed onderbouwde behandelingen, de kracht van het U-center. Ik wil er graag aan meewerken om dat verder vorm te geven.