Reglement van de directie
Preambule
Als maatschappelijk ondernemer levert U-center Nederland BV (hierna ook te noemen: de Vennootschap) en de met haar gelieerde rechtspersonen diensten die zowel het publieke belang als ook commerciële belang dienen. Het leveren van dergelijke diensten vraagt om extra inspanningen op het terrein van goed bestuur, goed toezicht en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Deze extra inspanning is gebaseerd op een morele grondslag vanuit het publieke belang en het feit dat de Vennootschap een op waarden gestuurde organisatie is. De effectiviteit en continuïteit van de organisatie hebben belang bij maatschappelijk vertrouwen, bij legitimiteit van de functie van de organisatie en bij ondernemerschap in de zorg. Vertrouwen van de cliënten, hun vertegenwoordigers, werknemers, overheid, financiers en de samenleving als geheel, ondersteunt het bereiken van de doelen van de organisatie.
Bovenstaande uitgangspunten zijn onder andere vastgelegd in dit reglement en vloeien mede voort uit de Zorgbrede Governancecode. Het reglement van de directie geeft een stelsel van spelregels en omgangsvormen voor goed bestuur en voor adequate verantwoording aan en beïnvloeding door belanghebbenden van de wijze waarop de Vennootschap (en met haar gelieerde rechtspersonen) haar doelen realiseert en kwalitatief verantwoorde, doelmatige en innovatieve diensten verleent.
Artikel 1. Inleidende bepalingen
1.1 Dit reglement is opgesteld door de directie van de Vennootschap overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 lid 2 van de statuten van de Vennootschap, zulks ter aanvulling van de in de wet en de statuten van de Vennootschap opgenomen regelingen.
1.2 Dit reglement is overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 lid 2 van de statuten van de Vennootschap schriftelijk goedgekeurd door de raad van commissarissen van de Vennootschap (‘raad van commissarissen') en in werking getreden op .................
Artikel 2. Taken en verantwoordelijkheden
2.1 De directie is belast met het besturen van de Vennootschap, hetgeen onder meer inhoudt dat hij verantwoordelijk is voor de realisatie van de doelstellingen van de Vennootschap, de strategie en het (meerjaren)beleid en de daaruit voortvloeiende resultatenontwikkeling en bereiken van de maatschappelijke doelstellingen. De directie legt hierover verantwoording af aan de raad van commissarissen. De directie richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de stichting en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van bij de Vennootschap betrokkenen af. De directie verschaft de raad van commissarissen tijdig alle informatie die nodig is voor de uitoefening van de taak van de raad van commissarissen.
2.2 De directie is verantwoordelijk voor de naleving van alle relevante wet- en regelgeving en handelt - voor zover van toepassing - in overeenstemming met de Zorgbrede Governancecode.
2.3 De directie is verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstellingen van de Vennootschap, de strategie en het beleid en de daaruit voortvloeiende resultatenontwikkeling.
2.4 De directie is verantwoordelijk voor het beheersen van de risico's verbonden aan de activiteiten van de Vennootschap en de financiering van de Vennootschap.
2.5 De directie is verantwoordelijk voor het instellen en handhaven van interne procedures die ervoor zorgen dat alle belangrijke financiële informatie bij de raad van bestuur bekend is, zodat de tijdigheid, volledigheid en juistheid van de externe financiële verslaggeving worden gewaarborgd. Daartoe zorgt de directie ervoor dat de financiële informatie uit gelieerde rechtspersonen rechtstreeks aan hem wordt gerapporteerd en dat de integriteit van de informatie niet wordt aangetast.
2.6 De directie is verantwoordelijk voor de jaarlijkse van een jaarplan waarin de voornemens met betrekking tot het in een volgend boekjaar te voeren beleid worden uiteengezet. De directie legt het jaarplan ter goedkeuring voor aan de raad van commissarissen.
2.7 De directie is verantwoordelijk voor de opstelling van het jaarverslag en de jaarrekening.
2.8 De directie is verantwoordelijk voor de opstelling van een regeling voor de melding van misstanden. Deze regeling zal openbaar en voor een ieder opvraagbaar zijn.
2.9 De directie is collectief verantwoordelijk voor het (meerjaren)beleid, overallmanagement en de algemene gang van zaken van binnen de Vennootschap en de daarmee gelieerde rechtspersonen, waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de Vennootschap.
2.10 Binnen de wettelijke en statutaire bestuurlijke verantwoordelijkheden van elk lid van de directie afzonderlijk, is elk lid van de directie in het bijzonder verantwoordelijk voor de voortgang van de werkzaamheden van de directie. De directie is samen met de voorzitter van de raad van commissarissen ook in het bijzonder verantwoordelijk voor een goed overleg tussen de directie en de raad van commissarissen en de voorbereiding van de vergaderingen en werkzaamheden van de raad van commissarissen.
2.11 Onverminderd de collectieve verantwoordelijkheid van de directie is een lid van de directie primair aanspreekbaar door de raad van commissarissen op de aan het lid toegewezen taken en aandachtsgebieden, met name op de voorbereiding en uitvoering van het beleid. Het afleggen van verantwoording geschiedt niet via individuele contacten maar vindt plaats in het overleg tussen directie en de raad van commissarissen.
2.12 De directie bespreekt ten minste éénmaal per jaar zijn eigen functioneren en de onderlinge verhoudingen en stelt zijn werkwijze op grond daarvan bij. De directie informeert de raad van commissarissen op hoofdlijnen over dit proces.
Artikel 3. Taakverdeling
3.1 De directie heeft een interne taak- en portefeuilleverdeling voor zijn leden aangenomen. Iedere majeure wijziging in de taak- en portefeuilleverdeling vereist de goedkeuring van de raad van commissarissen. Ieder lid van de directie is verantwoordelijk voor de hem toebedeelde taak, met dien verstande dat de voltallige directie collectief verantwoordelijk blijft voor het beleid overall-management en de algemene gang van zaken van binnen de Vennootschap en de daarmee gelieerde rechtspersonen.
3.2 De primaire verantwoordelijkheid voor zaken die liggen binnen het specifieke taakgebeid c.q. portefeuille van een lid van de directie, ligt in beginsel bij het betrokken lid van de directie.
3.3 Ieder lid van de directie is gehouden op zodanige wijze te rapporteren aan de overige leden van de directie dat een behoorlijk inzicht wordt verkregen in de uitvoering van zijn taken, zulks mede gezien de collectieve verantwoordelijkheid van de directie.
3.4 Zaken die liggen binnen het taakgebied c.q. de portefeuille van een lid van de directie, maar die van groot belang zijn voor de Vennootschap, zullen door het betrokken lid van de directie concreet ter kennis worden gebracht van de overige leden van de directie. Ten aanzien van dergelijke zaken zal de volledige directie eindverantwoordelijkheid dragen.
3.5 De voorzitter van de directie heeft tot specifieke taak:
a) het coördineren van het bestuursbeleid;
b) het zorg dragen voor een doelmatig functioneren van de directie;
c) het opstellen van de agenda voor, en het voorzitten van de vergadering van de directie;
d) het onderhouden van de contacten met de raad van commissarissen, waaronder tevens zijn begrepen het zorg dragen voor een tijdige en adequate informatieverschaffing aan de raad van commissarissen alsmede het in overleg met de voorzitter van de raad van commissarissen opstellen van de agenda voor vergaderingen van de raad van commissarissen;
e) het coördineren van de contacten met alle stakeholders.
3.6 De voorzitter dient zo veel mogelijk te bewerkstelligen dat de directie als collectief opereert.
Artikel 4. Waarneming
4.1 De leden van de directie nemen gedurende vakanties en andere korte periodes van afwezigheid onderling voor elkaar waar. Indien geen van de leden van de directie aanwezig zijn, worden de taken waargenomen door een door de raad van commissarissen aangewezen functionaris uit de organisatie.
4.2 Bijzondere incidentele situaties uitgezonderd, draagt de directie er zorg voor dat te allen tijde ten minste één lid van de directie in functie is, die zo nodig bereikbaar is.
4.3 Ingeval van langdurige afwezigheid van een lid van de directie, stelt de directie een voordracht op voor de raad van commissarissen voor eventuele waarneming.
Artikel 5. Vergaderingen
5.1 De directie vergadert tweewekelijks en voorts in het geval een lid van de directie een vergadering noodzakelijk acht(en). Ieder lid van de directie kan zaken op de agenda van de vergadering van de directie plaatsen.
5.2 De agenda van een vergadering wordt door de directie vastgesteld.
5.3 De vergaderingen van de directie worden bij tourbeurt geleid door de een directeur.
5.4 De notulen van de vergadering worden opgesteld door de secretaris van de Vennootschap en worden in de eerstvolgende vergadering door de directie vastgesteld en ten blijke daarvan ondertekend door de voorzitter van de vergadering. Van iedere vergadering wordt een besluitenlijst opgesteld, die in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld.
5.5 In een vergadering van de directie dienen onder meer behandeld te worden:
- alle besluiten die op grond van de wet, de statuten van de vennootschap of nadere afspraken onderworpen zijn aan goedkeuring door de raad van commissarissen van de Vennootschap;
- de jaarrekening en de financiële jaarcijfers;
- de begroting;
- alle besluiten met betrekking tot de strategie en beleid;
- wijzigingen in de juridische structuur en/of in de organisatie en/of de met haar gelieerde rechtspersonen, waarvan de directie (mede) bestaat uit (de leden van) de directie van de Vennootschap;
5.6 De directie kan zich tijdens de vergadering structureel of incidenteel laten bijstaan door andere medewerkers van de vennootschap.
Artikel 6. Besluitvorming
6.1 De directie besluit met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 13 lid 2.
6.2 Behoudens het bepaalde in de artikelen 13 lid 7 van de statuten, kan de directie slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waar ten minste de helft van de leden van de directie aanwezig of vertegenwoordigd is.
6.3 De directie neemt geen beleidsbesluiten over aangelegenheden die tot het taak- en aandachtsgebied van één van haar leden behoren, indien het desbetreffende lid van de directie niet ter vergadering aanwezig is, tenzij de directie oordeelt dat het aanhouden van de besluitvorming het belang van de vennootschap en/of de met haar gelieerde rechtspersonen, waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de vennootschap, zal schaden.
6.4 Ieder lid van de directie zal waar nodig medewerking en ondersteuning verlenen aan de uitvoering van door de directie genomen besluiten.
Artikel 7. Communicatie met de raad van commissarissen
7.1 De directie verschaft de raad met commissarissen tijdig alle informatie die nodig is voor een goede uitoefening van de taak van de raad van commissarissen.
7.2 Onverminderd het in lid 1 van dit artikel bepaalde stellen de directie en de raad van commissarissen elk jaar voor het einde van enig kalenderjaar een convenant op. In dit convenant wordt bepaald over welke onderwerpen de directie de raad van commissarissen in het komende jaar dient te rapporteren. De raad van commissarissen en de directie zullen de in de convenant genoemde onderwerpen gezamenlijk bespreken. Het convenant behelst in ieder geval de volgende onderwerpen:
a) de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap;
b) de strategie en de risico's verbonden aan de activiteiten van de vennootschap;
c) de opzet en de werking van de interne risicobeheersing- en controlesystemen;
d) het kwaliteitsbeleid;
e) de kwaliteit van de maatschappelijke verantwoording conform de Zorgbrede Governancecode;
f) het financiële verslaggevingproces;
g) de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving.
7.3 De directie rapporteert aan de raad van commissarissen eens per kwartaal schriftelijk over de resultaten van de vennootschap over de afgelopen periode met vergelijking van de cijfers ten opzichte van het budget en ten opzichte van dezelfde periode van het voorafgaande boekjaar en omtrent belangrijke ontwikkelingen die zich in de afgelopen periode hebben voorgedaan.
7.4 De directie zal de raad van commissarissen per kwartaal een verslag doen toekomen, dat is opgesteld in een vorm zoals van tijd tot tijd overeen te komen en waarin de gedetailleerde informatie wordt gegeven over onder meer financiële aangelegenheden, investeringen en personeel. Bij dit verslag zal een brief van de directie worden gevoegd waarin de directie een uitleg geeft aan, en opmerkingen plaatst over, het verslag en nadere informatie verschaft over zijn beleid.
7.5 De directie rapporteert aan de raad van commissarissen over de naleving van alle relevante wet- en regelgeving en het beheersen van de risico's verbonden aan de activiteiten van de Vennootschap. De directie bespreekt de interne risicobeheersings- en controlesystemen met de raad van commissarissen en - indien ingesteld - zijn auditcommissie.
7.6 Elk van de directieleden onderhoudt het contact met de voorzitter van de raad van commissarissen.
Artikel 8. Tegenstrijdige belangen
8.1 De directie is integer en stelt zich toetsbaar op ten aanzien van zijn eigen functioneren. Elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling dan wel belangenverstrengeling tussen enig lid van de directie en de Vennootschap wordt vermeden.
8.2 De leden van de directie betrachten openheid over hun eventuele nevenfuncties en/of
- werkzaamheden en de daarvoor te ontvangen bezoldiging(en)
en/of
- werkzaamheden en de daarvoor te ontvangen bezoldiging(en) die direct zijn te relateren aan het takenpakket c.q. portefeuille van een lid van de directie worden gemeld aan de voorzitter van de raad van commissarissen. Alle overige nevenfuncties en/of werkzaamheden worden ter beoordeling en goedkeuring aan de remuneratiecommissie van de raad van commissarissen -indien ingesteld- gemeld. Bij de beoordeling van de nevenfuncties en/of -werkzaamheden en te ontvangen bezoldiging(en) zal de remuneratiecommissie zich laten leiden door de omstandigheid of deze nevenfuncties en/of werkzaamheden relevant zijn voor het netwerk van de vennootschap of strijdig kunnen zijn met de belangen van de vennootschap en/of de met haar gelieerde rechtspersonen, waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de vennootschap. De remuneratiecommissie meldt de uitkomst van zijn beoordeling aan de voorzitter van de raad van commissarissen die op zijn beurt zal beoordelen of bespreking in de voltallige raad van onderhavige melding aangewezen is. De remuneratiecommissie zal jaarlijks aan de raad van commissarissen verslag doen van zijn bevinden.
8.3 Besluiten tot het aangaan van transacties waarbij tegenstrijdige belangen van leden van de directie kunnen spelen, die van materiële betekenis zijn voor de Vennootschap en/of aan haar gelieerde rechtspersonen, waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de Vennootschap en/of voor de desbetreffende leden van de directie, behoeven de goedkeuring van de raad van commissarissen. Dergelijke transacties worden gepubliceerd in het jaarverslag met vermelding van het tegenstrijdig belang en de verklaring dat de relevante artikelen uit het reglement zijn toegepast.
8.4 Een lid van de directie zal:
- niet in concurrentie treden met de Vennootschap en/of de met haar gelieerde rechtspersonen, waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de Vennootschap;
- geen schenkingen vragen of aannemen van de Vennootschap, van de Vennootschap relevante derde en/of gelieerde rechtspersonen waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de Vennootschap voor zichzelf, voor zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad, tenzij met de raad van commissarissen anders wordt overeengekomen;
- derden geen ongerechtvaardigde voordelen verschaffen ten laste van de Vennootschap en/of gelieerde rechtspersonen, waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de Vennootschap;
- geen zakelijke kansen die aan de Vennootschap en/of de met haar gelieerde rechtspersonen waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de Vennootschap, toekomen voor zichzelf of voor zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad benutten.
8.5 Een lid van de directie meldt een (potentieel) tegenstrijdige belang dat van betekenis is voor de Vennootschap en/of aan haar gelieerde rechtspersonen waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de Vennootschap en/of voor het desbetreffende lid van de directie terstond aan de voorzitter van de raad van commissarissen en aan de overige leden van de directie. Hij verschaft hen alle relevante informatie, inclusief de voor de situatie relevante informatie inzake zijn echtgenoot, geregistreerde partner of ander levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad. De raad van commissarissen besluit buiten aanwezigheid van het betrokken lid van de directie of sprake is van een tegenstrijdig belang.
8.6 Een tegenstrijdig belang bestaat in ieder geval wanneer de Vennootschap voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon:
- waarin een lid van de directie persoonlijk een materieel financieel belang houdt;
- waarvan een bestuurslid een familierechtelijke verhouding (tot in de tweede graad) heeft met een lid van de directie van de vennootschap, of
- indien het een rechtspersoon betreft buiten de kring van gelieerde rechtspersonen waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de vennootschap, waarbij een lid van de directie van de vennootschap een bestuurs- of toezichthoudende functie vervult.
8.7 Een lid van de directie neemt niet deel aan de discussie en de besluitvorming over een onderwerp of transactie waarbij hij (potentieel) een tegenstrijdig belang heeft.
8.8 De Vennootschap verstrekt geen persoonlijke leningen, garanties en dergelijke aan de leden van de directie.
Artikel 9. Jaarverslag
9.1 De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het instellen en handhaven van interne procedures die ervoor zorgen dat alle belangrijke financiële informatie bij de directie bekend is, zodat de tijdigheid, volledigheid en juistheid van de interne en externe financiële verslaggeving worden gewaarborgd.
9.2 In het jaarverslag geeft de directie inzicht in de interne risicobeheersing- en controlesystemen en de werking hiervan in desbetreffende boekjaar.
9.3 De hoofdlijnen van de governance structuur van het vennootschap worden in een apart hoofdstuk van het jaarverslag uiteengezet. Hierbij wordt aangegeven in hoeverre de stichting de in de Zorgbrede Governancecode opgenomen uitwerking opvolgt, en zo niet, om welke redenen en wat de door de Vennootschap gekozen uitwerking is.
9.4 Het jaarverslag bevat de door de wet voorgeschreven informatie over de hoogte en de structuur van de bezoldiging van de individuele leden van de directie en vermelden hun relevante nevenfuncties.
9.5 De Directie is verantwoordelijk voor het jaarlijks aan alle belanghebbenden verantwoording afleggen door middel van een openbare publicatie over het in het jaarverslag gevoerde beleid en over de (totale) in dat jaar geleverde prestaties. De inhoud van deze verantwoording sluit aan op de eisen die in het Raamwerk Maatschappelijke Verantwoording zijn vastgelegd. De Directie is verantwoordelijk voor de kwaliteit, de juistheid en de volledigheid van deze jaarlijkse verantwoording en de openbaar gemaakte financiële berichten. De raad van commissarissen ziet erop toe dat de directie deze verantwoordelijkheid vervult. De jaarlijkse verantwoording bevat, waar noodzakelijk, een bestuursverklaring.
10. Openheid en verantwoording extern
10.1 De directie draagt er zorg voor dat de activiteiten van het Vennootschap en van de aan het vennootschap gelieerde rechtspersonen waarvan de directie bestaat uit (onder meer) de directie en/of organisaties bestuurlijk, juridisch, organisatorisch en financieel goed geregeld zijn, inzichtelijk zijn en verantwoord worden.
10.2 De Directie legt hierover verantwoording af aan de raad van commissarissen en verschaft de raad van commissarissen tijdig alle noodzakelijke gegevens die de raad van commissarissen behoeft in de uitoefening van zijn taak. De hoofdtaken worden vermeld in het jaarverslag en de jaarrekening.
10.3 De Directie en de auditcommissie van de raad van commissarissen -indien ingesteld- rapporteren ieder afzonderlijk jaarlijks aan de raad van commissarissen over de ontwikkelingen in de relatie met de externe accountant, waaronder in het bijzonder zijn onafhankelijkheid (met inbegrip van de wenselijkheid van roulatie van de verantwoordelijke partners binnen een kantoor van externe accountants dat met de controle is belast en van het verrichten van niet-controlewerkzaamheden voor het vennootschap verricht door hetzelfde kantoor).
10.4 De Directie en de auditcommissie van de raad van commissarissen -indien ingesteld- maken ten minste eenmaal in de vier jaar een grondige beoordeling van het functioneren van de externe accountant in de diverse entiteiten en capaciteiten waarin de externe accountant fungeert. De belangrijkste conclusies hiervan worden aan de raad van commissarissen medegedeeld ten behoeve van de beoordeling van de voordracht tot benoeming van de externe accountant.
11. Medezeggenschap
De directie onderkent de waarde van het vertegenwoordigend overleg namens cliënten, werknemers en adviesraden als een functioneel element in de organisatie en benut dit overleg ten volle. De directie neemt de vigerende wet- en regelgeving en de statuten ter zake in acht, bevordert de totstantkoming van de benodigde reglementen en handelt conform deze reglementen.
12. Vertrouwelijkheid
Tenzij dit reglement, de statuten of toepasselijke wet- of regelgeving anders voorschrijven, verbindt elk lid van de directie zich alle informatie en documentatie die hij in de uitoefening van zijn functie als lid van de directie verkrijgt, als strikt vertrouwelijk te behandelen. De inhoud van deze bepaling blijft van toepassing ook indien een lid van de directie ophoudt lid te zijn.
13. Deskundigheid
13.1 De directie is er verantwoordelijk voor dat in de directie voldoende deskundigheden en vaardigheden zijn gewaarborgd en dat deze op peil worden gehouden.
13.2 Elk lid van de directie draagt er zorg voor dat zijn kennis en vaardigheden ruim voldoende zijn en blijven voor adequate functievervulling in het belang van de organisatie.
13.3 Elk lid van de directie laat zich op het in 12.2 bepaalde aanspreken door de overige leden van de directie of door de raad van commissarissen via de functionerings- of evaluatiegesprekken.
14. Wijzigingen
14.1 Dit reglement kan worden gewijzigd door een besluit van de directie. Wijziging van dit reglement behoeft de goedkeuring van de raad van commissarissen.
14.2 In voorkomende gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de directie met inachtneming van de wettelijke bepalingen en staturen.
14.3 De directie gaat in de jaarlijkse evaluatie van zijn functioneren tevens na of dit reglement nog aan de daaraan te stellen criteria voldoet.
15. Slotbepaling
Dit reglement alsmede de samenstelling van de directie worden op de website van het vennootschap geplaatst.